Kotsend in de coulissen

Tvoo, maart 2011

Het is weer zover: ik ben gespannen voor de training. Het is de laatste dag en de vorige ging moeizaam. Ik zie er tegenop, ben bang dat ik hun niets kan leren. Bij de evaluatie voorzie ik zessen.

Ik bereid me voor. Zet mijn angst opzij en bedenk wat ik hun wil leren. Begin zin te krijgen door de spanning heen. Dan komen ze binnen en ik vind ze meteen weer leuk. Ik ga langzaam om de aansluiting niet te verliezen. Dus als ze de startcase overdreven vinden (‘we hebben eigenlijk nooit lastige situaties’) zet ik vijf andere situaties op flap en vraag of die wel voorkomen. Ja, die wel.

Ik zet ook wat druk. We zijn met weinig mensen en ik kondig aan dat iedereen voor de groep gaat oefenen, dat ze gaan leren. En ze leren. We gaan als een processie van Echternach: soms wil de groep achteruit en ik ga even mee. Dan weer zet ik een stap vooruit en gaan zij met mij mee.

Het wordt een geweldige dag en iedereen is voldaan. Maar ik baal. Ik doe dit werk al twintig jaar dus hoe idioot is het om toch weer zenuwachtig te zijn?

Dan denk ik aan die dag dat ik de spanning helemaal zat was. Met de net gevolgde cursus NLP in het hoofd riep ik dezelfde staat op als thuis op de bank. Het lukte wonderwel. Maar aan het eind zei een deelnemer dat het een prima training was geweest behalve de eerste ochtend. Toen had hij het gevoel dat ik er niet helemaal bij was.

Ik denk aan topacteurs die bekennen dat ze soms kotsend in de coulissen hangen voor een voorstelling. En aan ervaren collega’s die dezelfde spanning kennen. En ik realiseer me dat ik trainers die dat niet hebben, wantrouw. Want natuurlijk is het eng. Bij elke nieuwe groep voelt je reptielenbrein het risico dat je uit de groep gestoten kan worden.

Dus ligt vluchten voor de hand. Dat kan door in de ‘deskundigenstand’ te gaan. Je houdt je verhaal en laat het aan deelnemers zelf wat ze daarmee willen. Vinden ze het niets, dan voel je je niet aangevallen. Pikken ze je boodschap niet op? Eigen verantwoordelijkheid, parels voor de zwijnen. De tegenpool is om juist helemaal voor contact te gaan. Komt er weerstand tegen jouw verhaal, dan pas je het aan. Komt er een goed antwoord, dan haak je daar snel op in. Lekker veilig. Maar spannend wordt het niet.

Echt trainen betekent risico’s nemen. Komt er een ‘nee’ dan ben je benieuwd naar andere visies, zonder dat je bereid bent je boodschap te laten vallen. Komt er te snel een ’goed antwoord’ dan ben je op je hoede: als het zo makkelijk gaat, komt je boodschap niet echt binnen. Dat is spannend: werken op het snijvlak van contact met je boodschap én contact met je groep.

En dat is de spanning die iedereen voelt aan het begin van de training: ‘Ik wil wat. Mèt jullie. En wat hoop ik dat het lukt! Maar garanties zijn er niet.’

Reacties zijn gesloten.