Kus die kikker

Tvoo, december 2013

‘Je kunt pas werken met incestdaders als je begrip hebt voor hun daden en ze niet afkeurt.’ Dat zei mijn opleider jaren geleden en ik vond het destijds een vreselijke uitspraak. Ik snapte wel dat het nodig was, want mensen willen pas veranderen als ze zich volledig geaccepteerd weten. En ik herkende het ook uit eigen ervaring: wanneer ik te veel afkeuring voel, sta ik niet meer open voor feedback. Maar het leek me nogal een uitdaging om begrip op te brengen voor incestdaders.

Nu ben ik een trainer en geen therapeut, maar voor ons geldt hetzelfde: mensen gaan pas leren als ze zich volledig geaccepteerd weten. Deelnemers voelen haarfijn aan wanneer je acceptatie bij de een net iets echter is dan de ander. Dus is het handig om alle deelnemers even ‘lief te hebben’. Ook die man die je nauwelijks aankijkt als hij binnenkomt, je een te stevige hand geeft en vraagt hoe lang je dit werk al doet. En ook die deelneemster die het klaar krijgt om na elke uitleg nog 3 vragen te stellen, zodat je steeds minder tijd overhoudt voor je oefeningen. Houd dus van je deelnemer. En niet ondanks, maar dankzij hun rare gedrag. Omarm wat je zelf nooit zou doen, wat je raar of eng vindt: kus die kikker.

Eerlijk is eerlijk, ik vind dit niet het gemakkelijkste deel van mijn vak, want in het dagelijks leven sta ik niet zo open voor het andere. Op het schoolplein beland ik het liefst naast die ene moeder die ook trainer is. Ik sta te stuntelen in het gesprek met die moeder die drie dagen per week achter de kassa zit of met die operazangeres die er altijd piekfijn uitziet. Onder mijn vrienden zitten veel mensen die op mij lijken – ook ondernemer of trainer, hoger opgeleid, even oud, dezelfde politieke voorkeur, niet te veel poeha, enzovoort.

Ik vind het geen aangenaam trekje van mezelf. Ik zou veel liever iemand zijn die enthousiast tegenstellingen omarmt, die een rijk gevarieerde vriendenkring heeft en die geniet van de verschillen. Maar helaas, zo ben ik niet. Gelukkig vind ik troost in de gedachte dat ik niet de enige ben, want allerlei onderzoek toont aan dat we allemaal mensen opzoeken die op ons lijken. We vertrouwen onze ‘gelijken’ en daarom kiezen we hen als vrienden, collega’s, buren.

Maar als trainer kun je je dat niet permitteren. Misschien kun je zelf nog bepalen in welke sector en voor welke doelgroep je wilt trainen, maar daarna is een trainingsgroep als een familie. Wanneer je er eenmaal in zit, heb je het ermee te doen. En wat een cadeautje is dat eigenlijk! Want terwijl ik thuis nog wegkom met mijn behoudende mutserigheid, moet ik in mijn werk wel alle kikkers kussen. En wat blijkt zo’n dominante man dan leuk te zijn, en wat verdiepen de 3 extra vragen mijn uitleg en wat zijn kikkers eigenlijk zacht en groen en leuk…

Reacties zijn gesloten.