Zwarte schapen: ideale trainers

Tvoo, juni 2013

1979. Er gaan briefjes rond in de klas: ‘Wat vind je van de trui van Sandra?’ ‘Wat vind je van de broek van Jaap?’ We schrijven er om beurten onze dodelijkste opmerking op en kijken nieuwsgierig hoe het briefje aankomt bij Sandra en bij Jaap. Dan komt briefje 3: ‘Wat vind je van de sandalen van Karin?’ Rood hoofd, schaamte: sandalen in de brugklas, dat kan natuurlijk niet. Maar wist ik veel?

1983. Dubbeluur Latijn, vreselijk saai. In de vijf minuten pauze tussen de uren probeer ik samen met een vriendinnetje de klas te overreden om niet terug te gaan naar de les. Als we met zijn allen weigeren, kan de leraar niks doen! De anderen lijken even mee te doen, maar lopen uiteindelijk toch braaf achter de leraar aan.

2000. Met mijn werkgever de hei op. Twee meneren voor de groep die prutsen met geeltjes en 45 medewerkers die ernaar kijken. Het is te erg voor woorden – vind ik. Ik probeer bij te sturen, vind geen gehoor en krijg de slappe lach. De dag erna geeft mijn baas me op m’n kop: dat ik het team heb laten vallen. Iedereen vond het oké en ik had me moeten aanpassen.

Aanpassen is nooit mijn ding geweest, want ik val in het prototype ‘zwart schaap’: vaak iets anders willen en vinden dan de groep, me mateloos opwinden over steeds dezelfde dingen, meningen ongecontroleerd inbrengen en daarmee ieders irritatie opwekken. Vaak aanvaringen met bazen, op gezette tijden wel een collega die ik kon schieten. Altijd opzien tegen teamuitjes, tegen groepsdingen, tegen een programma dat iemand anders bedacht had en waarvan ik dan weer wat vond. De frustratie dat mensen op de gang met me mee praatten, maar in de vergadering hun mond hielden. Vechten tegen windmolens.

Wat een opluchting toen ik ging trainen: toen mocht ik vóór de groep, van alles vinden en daarnaar handelen. En als ik het een beetje handig aanpakte, luisterde de groep nog ook! Van zwart schaap veranderde ik in een informele leider. Volgens mijn opleiding bij Multidimens is het onderscheid tussen die twee rollen sowieso klein: beide kunnen zich maar lastig conformeren aan de groep. Maar terwijl het zwarte schaap afgezeken wordt, opereert de informele leider juist handig. Hij kiest z’n gevechten, brengt z’n standpunten met autoriteit en is daardoor iemand op wie iedereen jaloers is. De informele leider weet sandalen in de brugklas hip te maken, krijgt de hele klas aan het spijbelen en kan de teamsessie tijdig bijsturen. Of misschien had hij zijn energie daar niet eens aan verspild.

Ik ben niet de enige trainer die vroeger een zwart schaap was. Zet een groepje collega’s bij elkaar en we herkennen het allemaal: we hebben moeite om op te gaan in de groep, om ons steentje bij te dragen en dan weer onze mond te houden, om compromissen te accepteren, om aangehaakt blijven. Dat is niet zo vreemd, want als trainer hóór je af te wijken van de groep. Het is je rol om van een afstandje te kijken, om af en toe de koers bij te stellen, om je stempel erop te drukken. Want alleen dan kun je de groep leiden en deelnemers volop laten leren. Of je dat nu doet met of zonder gele briefjes, spijbelen en sandalen – het belangrijkste is dát het gebeurt. Hoewel het misschien toch slimmer is om die sandalen thuis te laten.

Reacties zijn gesloten.